In-te-gri-ty: the quality of being honest and having strong moral principles:a gentleman of complete integrity

In-te-gri-teit: eerlijkheid, onkreukbaarheid

Integriteit wordt in zowel het Engels als het Nederlands omschreven als het hebben van hoge morele principes en eerlijkheid. In het Hindi wordt het vertaald als Satya-Nishtha, trouw zijn aan waarheid.

Maar wiens waarheid?

In vele gesprekken bij bijeenkomsten hoor ik uitspraken die mensen beschrijven als wel of niet integriteit hebben. Het kan gaan over ieder type persoon, van priester tot pandit, en van leeraar tot loodgieter. Mensen oordelen over elkaar’s integriteit. Waar ik mijn vraagtekens zet is bij de vraag: volgens wiens standaard wordt er geoordeeld?

Integriteit wordt gekoppeld aan eerlijk zijn. Maar is dat eerlijk zijn over jezelf, hoe jij je voelt en hoe jij denkt? Of is het napraten of handelen volgens een sociaal acceptabele standaard voor jouw rol of functie? Ik ken weinig mensen die een ander gewoon zouden tolereren, laat staan accepteren, als de ander helemaal eerlijk zou zijn over zijn gevoelens en gedachten. Ik ken ook weinig mensen die daarom eerlijk zijn uit vrees om verstoten of gekwetst te worden.

Integriteit wordt ook gekoppeld aan het volgen van sterke morele principes. Maar ook hier stel ik de vraag of het gaat om jouw eigen gekozen morele principes of gaat het om sociaal geaccepteerde morele principes. In India wordt het als sociaal moreel gezien om de voeten aan te raken van Svami’s die als heiligen worden gezien. Volg ik sterke morele principes als ik dit ook doe ondanks dat ik niet geloof in deze morele principe van eerbied tonen voor svami’s en het Hinduisme?

Als wij iemand anders beoordelen of die integer is, gebruiken wij de enige kenmerken die wij associëren ermee; de kenmerken die wij hebben geaccepteerd als ons eigen. Deze accepteren we door opvoeding of het sociaal oppakken als ‘werkende’ principes. Dit zijn principes die ons voordeel opleveren als wij ze volgen.

In een gesprek met een aantal mensen met Christelijk achtergrond hoorde ik dat een dominee, die ik toevallig ook ken, niet een integere man is. Toen ik vroeg waarom zij dat vonden kreeg ik twee antwoorden. Hij rijdt in een dure auto en zijn vrouw heeft mooie sieraden. Toen ik vroeg waarom dit wijst dat hij niet integer is, snapte ik dat mijn gezelschap vond dat een dominee en zijn vrouw armpjes horen te leven. De dominee’s levensstijl was namelijk niet een voorbeeldige levensstijl volgens hen.

Ik vroeg aan hen of de dominee ooit heeft gepropageerd dat mensen armpjes horen te leven. Of dat hij zei dat het slecht is om met een dure auto rond te rijden of dat vrouwen geen sieraden aan mogen doen. Het antwoord was neen.

Ik vroeg toen of hij ooit heeft gepraat over het leven in overvloed en genieten van het leven. En ja, daar heeft hij het vaak over gehad in zijn preken. Dit wist ik toevallig omdat ik een aantal van zijn lezingen heb bijgewoond.

‘Maar pandit, als Hindu gelooft u toch ook dat je als mens heel armpjes hoort te leven?” Mijn antwoord was nee. In het Hinduisme geloven wij ook in het verrijken van onszelf en het genieten van het leven (Artha en Kama principe). Maar dat was niet wat zij werkelijk aan mij vroegen. Wat zij vroegen was of ik de zelfde morele code gebruikte als hen en dat ik ook de dominee moest veroordelen als ‘niet integer’.

Mijn definitie van integriteit is het subjectieve dat ik heb geleerd uit het Hinduisme. Dat ik trouw ben aan mijn waarheid en daar ook eerlijk over ben naar anderen. Dat betekent dat ik vertel wat ik geloof, en dat ik ook volg wat ik geloof. Ik ben niet integer als ik mij houd aan de morele code van een ander en daardoor mijn eigen verraad. Ik ben integer als ik duidelijk maak wat mijn morele code is, en dat ook daadwerkelijk volg. Het komt neer op de principe ‘practice what you preach’.